Halfeen was het, toen Rob in het café van museum Beelden aan Zee zijn charmante krullenbol binnenstak. Ze zwaaide op het moment dat zijn ogen haar vonden, en dat deed beiden glimlachen. Hij nam zondermeer plaats bij Christine aan tafel. Ze bestelden twee salades, hij een dieetcola en zij een tomatensap. Hoe het geweest was in de miniwereld, dat sommige din­gen toch wel knap gedaan waren en dat het er altijd heel druk was. Het trauma uit haar kindertijd had ze goedgemaakt met een sleutelhanger waaraan Hollandse klompjes hingen, die een miniatuurvrachtwagen haar uit de miniklompenfabriek en voor één euro geleverd had. Koetjes en kalfjes. Het deed een beetje puberaal aan, zo na het begin van de onstuimigheden de avond ervoor. Ge­zien de omstandighe­den konden ze jammer genoeg de draad niet opnemen.

Rob voelde zich ongemakke­lijk. Het wrong dat hij haar toch dingen uit het dossier verteld had. Dat kon echt niet. Don’t. Anderzijds voelde hij zich jongensachtig aangetrokken tot die frisse, pientere meid. De spitse Belgische was op een stekelige manier goed gezelschap. Vast prima in bed. Of op de trap, onder de douche of om het even waar. Do. Hij pro­beer­de het gesprek weer wat richting te geven. ‘Ik wou nog zeggen Christine, dat je niet te zwaar moet tillen aan wat ik gisteren in de lift zei. Het is zeker niet dat ik je een opdracht wou geven of zo. Bijlange niet en zelfs andersom. Ik mocht je die informatie niet geven. Vergeet het dus alsje­blief.’

Christine overwoog het even en besefte dat ze er eigenlijk nog niet verder bij stilgestaan had. ‘Ik zal mijn best doen Rob, maar ik kan natuurlijk niet vergeten dat je het gezegd hebt’ zei ze plagerig, waarop hij ant­woord­de dat dat billijk genoeg was. Op de vraag wat haar plannen nog waren, antwoordde ze dat ze stilaan op het hotel afging om haar bagage op te halen en naar Gent terug te keren. Misschien dat Rob haar zou ver­ge­zel­len en dan zat er mogelijk alsnog een stoeipartij in. Maar hij deed geen enkele moeite om in dat idee mee te gaan. Integen­deel. Elk be­­taal­de afgemeten zijn part en achter elkaar wandelden ze het café uit. Het viel haar op dat Rob onrustig de omgeving afzocht en alle spontaniteit verloor.

‘Nou, Christine, het was me zeer aangenaam. Mis­schien bellen we nog een keer?’ klonk het stijf.

‘Ik vond het ook leuk, Robje. Als ik nog iets kan doen, dan laat je me dat vast wel weten, hoop ik?’ probeerde Christine iets meer ontspannen.

‘OK, tot ziens of hoors dan maar’ klonk het finaal. Tot overmaat van ramp stak hij zijn hand uit om de hare te schudden.

Het stijve gedoe deed haar lachen van ongeloof. Hij trok zich echter geschrok­ken terug toen ze aanstalten maak­te om hem een knuffel te geven. Begrij­pen deed ze het pas toen Robs mede­wer­ker in de dienstauto zichtbaar werd, die tien meter verder elk intiemer afscheid onmo­ge­­lijk maakte.
googlebd82e212d4349baf.html